Goede verlichting is veiligheid. Hier check je snel alle lampen en vervang je ze zelf. Simpel stappenplan, met tips voor halogeen, LED en achterlichtunits.
Let op
Zet het contact uit bij vervangen. Raak halogeenlampjes niet met blote vingers aan (vet → kortere levensduur). Werk droog en stabiel.
Zet het contact uit bij vervangen. Raak halogeenlampjes niet met blote vingers aan (vet → kortere levensduur). Werk droog en stabiel.
1) Sneltest: werken alle lampen?
- Dimlicht en grootlicht aan/uit.
- Stadslicht voor/achter.
- Knipperlichten links/rechts (ook zijkant).
- Remlichten (vraag hulp of zet iets op het pedaal).
- Achteruitrijlicht (contact aan, achteruit inschakelen, rem + handrem).
- Mistlamp achter (en voor als aanwezig).
- Kentekenverlichting.
- Dagrijverlichting (DRL) bij contact aan.
Alleen? Parkeer voor een ruit of muur in het donker. Je ziet reflectie van voor- en remlichten.
2) Lamptype bepalen
Kijk in het boekje of op de lamp/dop: H1, H4, H7 (halogeen), PY21W (knipper), W5W (stadslicht), P21W (rem/achteruit), of LED-module.
Bij veel auto’s kun je via de achterzijde van de unit bij de lamp. Soms moet het hele lampunit los.
| Lamp | Code | Waar | Opmerking |
|---|---|---|---|
| Dimlicht | H7 / LED | Voor | Raak glas niet aan (halogeen). |
| Grootlicht | H1/H7 / LED | Voor | Controleer afstelling na wissel. |
| Stadslicht | W5W (T10) | Voor | Klein steeklampje. |
| Knipperlicht | PY21W / W21W | Voor/achter | Oranje kap of oranje lamp. |
| Remlicht | P21W / W21W | Achter | Controleer 3e remlicht apart. |
| Achteruit | P21W / W16W | Achter | Wit licht achter. |
| Kenteken | W5W / C5W | Achter | Steek- of buislampje. |
| Mist achter | P21W / W21W | Achter | Fel rood, 1 of 2 stuks. |
3) Voorlamp vervangen (algemeen)
- Motorkap open. Zoek ronde/hoekige afdekkap achter de koplamp.
- Kap los, stekker van de lamp trekken.
- Veerclip of bajonet los → lamp eruit.
- Nieuwe lamp erin, niet aan glas pakken. Clip vast.
- Stekker terug, kap dicht. Testen.
Veel auto’s hebben weinig ruimte. Soms even ruitensproeierreservoir omhoog/wegklikken of wielkuipklepje openen.
4) Achterlichtunit (rem/knipper/stads)
- Open kofferbak. Verwijder klepje of bekleding bij de unit.
- Moeren los → unit naar achteren eruit.
- Lampvoethouder eruit; defecte lamp wisselen.
- Alles terugplaatsen en testen.
5) Knipper, kenteken en interieur
- Knipper zijkant: vaak een klein unitje in de schermen. Naar achteren schuiven en uitklikken.
- Kentekenlicht: schroefje of clipje bij het lampje boven het kenteken.
- Interieur/kofferbak: kapje voorzichtig wippen, lampje trekken, nieuw plaatsen.
6) LED en CAN-bus
Vervang je halogeen door LED? Sommige auto’s geven dan een storingsmelding of knipperen snel. Oplossing: LED-lampjes met CAN-bus of een weerstand. Volg de voertuigregels (kleur/sterkte) i.v.m. APK.
7) Zekering en afstelling
- Werkt een hele kant niet? Check de zekeringen van verlichting.
- Na lampwissel koplamp op een muur richten. Lichtbeeld links/rechts gelijk? Zo niet, stel bij met de stelschroef.
APK-tips
- Alle verplichte lampen moeten werken en de juiste kleur geven.
- Kapotte/matte koplampglazen? Reinigen of vervangen → beter lichtbeeld.
- Knipperfrequentie te snel = defecte lamp of verkeerde weerstand (LED).